Ooggetuigen



Rotterdam

Wat betreft Rotterdam melden oud-leerlingen dat er niet veel Joodse leerlingen waren op het Rotterdamse doveninstituut. Daarnaast kunnen zij niet veel vertellen omdat de school
tijdens de oorlog een lange periode gesloten was. Ook werden kinderen die in pleeggezinnen verbleven vaak naar huis gehaald door hun ouders. Deze woonden veelal op het platteland en daar was het veiliger.

Wat genoemd wordt, is dat Joodse jongens een pet droegen en deze ook mochten ophouden in de klas. Daarnaast wordt genoemd dat iedereen in de school gelijk behandeld werd. Ook wordt genoemd dat bij terugkomst in de school, na de bevrijding, gemerkt werd dat een aantal leerlingen verdwenen was.

Enkele oud-leerlingen van het Rotterdamse doveninstituut legden wat meer nadruk op het verschil. Zo wordt genoemd dat iemand er ‘typisch Joods’ uitzag of zich ‘typisch Joods’ gedroeg, want “het ging altijd over geld”. Wel werd de angst van Joodse leerlingen genoemd, hoe zij bijvoorbeeld hun ster probeerden te verbergen. Ook werd gemerkt dat er razzia’s gehouden werden.
Andere oud-leerlingen zeggen echter nooit zulke sterren gezien te hebben, omdat de school na de bombardementen al gesloten was. Het werd wel gezien bij volwassenen, op straat.