Ooggetuigen



Groningen

Oud-leerlingen van het Groningse instituut vertellen hoe Joodse medeleerlingen het zwaar te verduren hadden van een leerkracht die het niet op Joden had. Deze onderwijzer ging vriendelijk om met Duitse soldaten. Ook zou een onderwijzer, misschien dezelfde onderwijzer, soms met een SS-uniform op school gekomen zijn. Het is waarschijnlijker dat het om een NSB uniform ging, maar toch kan afgevraagd worden of de schoolleiding het accepteerde dat medewerkers geüniformeerd naar school kwamen. In ieder geval noemen oud-leerlingen één foute onderwijzer.
Zo moest een Joodse leerling opeens ook op zaterdag naar school komen terwijl dit voorheen niet hoefde. Onderwijzers probeerden vleesbonnen te verkrijgen van een Joodse leerling wiens vader een slagerij had.

Oud-leerlingen waren zich niet heel bewust van het Joods-zijn van medeleerlingen, behalve dan dat de eerder genoemde slagerij op zaterdag dicht was en dat Joodse jongens en mannen een keppeltje droegen, en later toen alle Joden een ster moesten dragen.

Het Groningse doveninstituut had een godsdienstonderwijzers voor Israëlieten: mej. Schoontje Engelsman. Zij gaf onderwijs op de Israëlitische armenschool in Groningen en is op 23 juli 1943 te Sobibor vermoord.
Sommigen hebben de razzia in Groningen gezien. Zij zagen dat er een hele grote groep Joodse mensen met hun koffers naar het centraal station in Groningen liep, vergezeld van Duitse soldaten met het geweer in de aanslag.

Volwassen doven hielpen Joodse doven door hen distributiekaarten te geven en boodschappen voor hen te doen omdat Joden niet in de winkels mochten komen. Ook bleven zij, tegen het Duitse verbod in, Joodse doven bezoeken.