Joods en doof

Het onderzoek

Uit ons onderzoek blijkt dat oud-leerlingen van de doveninstituten na het schoolverlaten vaak lid werden van een dovenvereniging. Doven voelden zich meer thuis en op hun gemak binnen de dovengemeenschap omdat de samenleving weinig toegankelijk was doordat communiceren in gesproken taal moeizaam verliep.
Voor Joodse doven gold dit waarschijnlijk ook, zij waren wellicht meer thuis in de dovengemeenschap dan in de samenleving en in de Joodse gemeenschap. Joodse dove kinderen die privé onderwijs kregen, groeiden thuis op, binnen het gezin en binnen de Joodse gemeenschap. Er mag aangenomen worden dat zij zich minder verbonden voelden met de dovengemeenschap. Immers, zij groeiden op te midden van horenden en gebruikten gesproken en/of geschreven taal.
Het feit dat zich onder de leden van dovenverenigingen geen doven bevinden die privé onderwijs kregen lijkt dit vermoeden te bevestigen.

Zoals genoemd, speelden Joodse doven een belangrijke en vaak leidende rol in het dove verenigingsleven. De Duitse bezetting betekende al snel voor alle Joden in Nederland het begin van een serie onderdrukkende en discriminerende maatregelen die uiteindelijk voor zeer velen leidde tot deportatie en moord. Er zijn zeer weinig Joodse dove overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. Een zeldzame getuigenis is dat van Anna Vos-van Dam, die Auschwitz overleefde. Haar verhaal is verfilmd als “Anna’s Stille Strijd”.