Dovenonderwijs

Speciaal onderwijs en leerplicht

De dovengemeenschap is feitelijk ontstaan vanuit het dovenonderwijs. Belangrijk is echter wel om te realiseren dat de leerplicht aanvankelijk niet gold voor kinderen met een beperking of chronische ziekte. In Nederland geldt sinds 1900 een leerplicht, maar met een vrijstelling ervan als een kind ernstig en blijvend ziek was of een gebrek had waardoor het geen (gewoon) onderwijs kon volgen. Voor het speciaal onderwijs gold geen leerplicht omdat dit niet als onderwijs maar als zorg werd beschouwd.

Pas vanaf 1947 geldt de leerplicht ook voor het speciaal onderwijs. Dat er geen leerplicht was voor het speciaal onderwijs betekent dus dat het mogelijk is dat waarschijnlijk niet alle dove kinderen naar een doveninstituut gingen. Vermogende ouders waren wellicht in staat om hun dove kind privé onderwijs te geven. Dove kinderen van ouders die geen geld hadden voor privé onderwijs en die hun kind niet naar een instituut ver van huis wilden sturen, groeiden zonder onderwijs op.

Het is vrijwel onmogelijk om te achterhalen hoeveel dove kinderen in de periode voorafgaand aan 1947 privé onderwijs kregen, of helemaal niet onderwezen werden. Onderzoek toont echter wel dat volgens een rapport van de Inspecteur van het Buitengewoon Lager Onderwijs (het huidige speciaal onderwijs) uit 1938, bijna alle dove kinderen onderwezen werden. Hetzij in een doveninstituut, hetzij door privé onderwijs.
Er zijn enkele cijfers bekend: in 1900 waren 483 kinderen in een doveninstituut geplaatst en in 1940 hadden de doveninstituten gezamenlijk 890 leerlingen.