Joden in de oorlog

De concentratiekampen

Vanaf begin 1941 tot het najaar van 1943 waren 140.000 Joodse Nederlanders in de greep van de bezetters. Tussen 15 juli 1942 en 17 september 1944 werden 107.000 mensen gedeporteerd. Daarvan overleefden 5200 mensen.
Daarnaast konden 20.000 mensen vluchten of onderduiken. 5000 mensen werden vrijge-
steld van deportatie. 10.500 gemengd gehuwde Joden mochten in Nederland blijven. De overlevenden waren vooral mensen uit de hogere en middenklasse. Het Joodse proletariaat werd vrijwel geheel uitgeroeid.

De reis naar de concentratiekampen
De reis naar Bergen-Belsen duurde 1 etmaal. Bergen-Belsen was vooral een gevangenenkamp. Tussen 11 januari en 13 september 1944 kwamen daar 8 transporten aan met 3751 Joden uit Nederland.

De reis naar Auschwitz-Birkenau duurde 2 etmalen. De transporten vonden plaats tussen 15 juli 1942 tot 23 februari 1943 en tussen 24 augustus 1943 tot 3 september 1944. In totaal ging het om 67 treinen met ongeveer 60.000 Joden uit Nederland, die omkwamen door ‘vernietiging door arbeid’ of door gas. Ongeveer 500 mensen overleefden.

De reis naar Theresienstadt duurde eveneens 2 etmalen. Dit was een ‘modelkamp’ waar men een hogere overlevingskans had, omdat dit het kamp was dat aan bijvoorbeeld het Rode Kruis werd getoond. Vanaf april 1943 tot september 1944 kwamen daar 7 treinen aan met in totaal bijna 5000 Joden uit Nederland.

De reis naar Sobibor duurde 3 etmalen. Tussen 2 maart en 20 juli 1943 kwamen daar 19 treinen aan met 34.000 Joden uit Nederland. Hier vond alleen snelle massamoord plaats, in gaskamers. Slechts 20 mensen overleefden.