Dovenverenigingen




Tot 1960 werd de Nederlandse samenleving gekenmerkt als verzuild: elke godsdienst had een eigen zuil met daarin bedrijven en vakverenigingen, onderwijs, sportverenigingen, vrije-
tijdsverenigingen en eigen media: radio, televisie, kranten en tijdschriften.
Ook de dovengemeenschap kende een verzuiling: er waren algemene, protestants-christelijke en katholieke dovenverenigingen.
Joodse Doven waren lid van algemene dovenverenigingen. Deze bevonden zich voornamelijk in de drie grote steden waar ook de openbare doveninstituten waren: Groningen, Rotterdam en Amsterdam.
De onderlinge verbondenheid van doven, door hun doofheid, hun doof-zijn en het gezamenlijke opgroeien binnen de doveninstituten kwam tot uiting in de vele dovenverenigingen die opgericht werden door oud-leerlingen van de doveninstituten.
Vóór de Tweede Wereldoorlog ging het vooral om gezelligheidsverenigingen en sportverenigingen en minder om belangenbehartiging. Dit laatste kwam vooral na de Tweede Wereldoorlog op gang. Joodse doven leverden een belangrijk aandeel in het ontstaan en voortbestaan van algemene dovenverenigingen.

Gezelligheidsverenigingen

De Vereniging “Guyot” in Amsterdam
De oudste algemene dovenvereniging is de Vereniging “Guyot” in Amsterdam, opgericht in 1884. H.D. Guyot (1753-1828) was de oprichter van het Groningse doveninstituut. Dit instituut was het eerste doveninstituut in Nederland en veel Amsterdamse doven waren daar onderwezen. Het doveninstituut (dovenschool) in Amsterdam werd immers pas in 1911 opgericht.

Dovenvereniging “Amman” in Rotterdam
In 1915 werd de Rotterdamse dovenvereniging “Amman” opgericht. De oprichters waren oud-leerlingen van het Rotterdamse doveninstituut, waar van begin af aan de orale onderwijs-methode gold. Zij vernoemden hun vereniging naar de Zwitserse arts en dovenonderwijzer J.C. Amman (1742-1811), de grondlegger van de orale onderwijsmethode voor doven.

Noord Nederlandse Doven Vereniging, Leiden en Amsterdam
In 1923 werd in Groningen de Noord Nederlandse Doven Vereniging (NNDV) opgericht. Ook in Leiden werd een algemene dovenvereniging opgericht. Deze vereniging “De Sleutelstad” bestond van 1935-1940. Tenslotte werd in Amsterdam in 1939 de algemene dovenvereniging “Hoop doet Leven” opgericht.

Dovenverenigingen hadden ontmoeting, ontspanning en geestelijke ontwikkeling tot doel. Hiertoe werden bijeenkomsten en uitstapjes georganiseerd. Vanaf 1931 verbonden de regionale verenigingen zich in de landelijke Nederlandse Bond van Dovenverenigingen (NBDV). De NBDV bracht vanaf 1932 het tijdschrift ANDOR uit: het Algemeen Nederlandsch Doofstommen Orgaan. In 1941 stopte de uitgave van dit tijdschrift, om in 1946 opnieuw te beginnen.

Sportverenigingen

Naast de gezelligheidsverenigingen ontstonden er sportverenigingen. De oudste dovensportvereniging is de voetbalvereniging “Guyot” te Amsterdam, opgericht in 1912. Al snel
volgde Rotterdam, met de voetbalvereniging “Hirsch”, vernoemd naar David Hirsch (1813-1895), de eerste onderwijzer van het Rotterdamse doveninstituut.
In 1921 werd de Amsterdamse schaakvereniging Tot Ons Genoegen (TOG) opgericht. In 1923 werd de Amsterdamse Doven Sport Vereniging (ADSV) opgericht, met afdelingen voor verschillende sporten. Zoals de afdeling gymnastiek (1923), atletiek (1925), waterpolo (1926), zwemmen (1926), voetbal (1926) en een schaakclub (1935). De afdeling voetbal ging in 1935 verder als de vereniging Amstelstad.
In 1926 werd de Nederlandse Doven Sport Bond, de huidige Koninklijke Nederlandse Doven Sport Bond (KNDSB) opgericht. ADSV sloot zich hier bij aan, evenals de Rotterdamse zwem-
vereniging (RDZV) en de Rotterdamse voetbalclub “Amman”, die later OLDI (Oud Leerlingen Doven Instituut) zou heten.