De dovengemeenschap



Gebarentaal na 1980

Tegenwoordig beschouwen doven de term ‘doofstom’ als beledigend en stigmatiserend. Tot de jaren 1980 was het dovenonderwijs erop gericht om doven ten koste van alles te laten spreken. Het gebruik van gebaren door doven werd op alle manieren tegengegaan, zelfs verboden.
Tegenwoordig is het gebruik van gebaren geaccepteerd als de natuurlijke taal van mensen die niet kunnen horen en dus hun ogen gebruiken voor communicatie. De hedendaagse Nederlandse dovengemeenschap gebruikt de Nederlandse Gebarentaal (NGT).

Er zijn drie oorzaken aan te wijzen voor de veranderde gedachten over het gebruik van gebaren door doven. De eerste oorzaak is wetenschappelijk onderzoek. In 1953 was de Ne-
derlandse professor Tervoort de eerste die promoveerde op een onderzoek naar de gebarentaal van dove kinderen, in 1960 gevolgd door de Amerikaan William Stokoe. Dit wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat gebaren geen gebrekkige manier waren om zich uit te drukken maar een taal vormden met een eigen grammatica en syntaxis.
De tweede oorzaak kwam hieruit voort. Het dovenonderwijs zag zich geconfronteerd met het gegeven dat de meeste doven moeizaam bleven spreken en de onderwijsresultaten laag waren. Dit had te maken met de taalverwerving die moeizaam verliep omdat dove kinderen niets of weinig hoorden en de gesproken taal voornamelijk via de ogen moesten verwerven. De gedachte ontstond dat de taalverwerving van dove kinderen beter zou verlopen als gebaren gebruikt werden, hun natuurlijke taal. Wellicht zouden dan ook de onderwijsresultaten van doven verbeteren.
De derde oorzaak is een ander perspectief op doven: niet langer als ‘kapotte horenden’ maar als een culturele en linguïstische minderheid. In 1972 maakte de Amerikaanse wetenschapper James Woodward voor het eerst een onderscheid tussen de medische benadering van doofheid (kapotte oren) en de culturele benadering (taalminderheid). De duiding van doven als een taalminderheid gebeurt door ‘doof’ met een hoofdletter te schrijven “Doven”. Net zoals we “Nederlanders” met een hoofdletter schrijven.